dr. L. Swinnen - Stress Management Consultancy

Waarom we ziek worden als we ons met anderen vergelijken: statusangst


Hoe het komt dat we ziek worden als we ons met anderen vergelijken: statusangst.

Veel mensen vergelijken zich voortdurend met anderen. Het vergelijken gebeurt automatisch en veroorzaakt angst, nijd en afgunst. Of ziekte en verdriet. Wetenschappelijke studies tonen aan dat zelfs mensen die extreem hoge bedragen wonnen bij kansspelen vrij vlug ontgoocheld en ongelukkig werden. Want de omgeving blijft. Je hebt dan nog steeds dezelfde familie en vrienden. En misschien wordt de relatie zelfs vertroebeld door nijd.

In reclame wil men ons doen geloven dat het andere mensen veel uitmaakt hoe we gekleed zijn, wat we bezitten, welke auto we hebben. Weet jij nog hoe je collega gekleed was gisteren? Wat voor horloge droeg hij of zij? Iedereen weet dat er duizenden valse schilderijen van Rembrandt van Rijn circuleren. Wel, stel, je bezit een schilderij van deze grootmeester en je bewondert de kleuren, de beweging, de compositie. Plots verneem je dat het een namaakschilderij is. Zie je het dan minder graag? Wellicht wel. Het schilderij verliest zijn status.

Alles is begonnen in onze jeugdjaren en door de verhalen die we daar gehoord hebben. Hoe dikwijls heb je niet gehoord: wat zullen de mensen nu van je denken?

En dat is dan misschien later op volwassen leeftijd de basis voor:

- slechte relaties

- pesten op het werk

- minder goede collegialiteit of teambuilding

- haat en nijd

- slechte denktechnieken

- angst voor kritiek

-ongezond leven en ongelukkig zijn


Michael Marmot toont aan in zijn baanbrekend  boek “The Status Syndrome” hoe sociale status onze gezondheid en levensduur kan beïnvloeden. Deze bevinding wordt ondersteund door het werk van Sapolsky (Sapolsky, 2002). Wanneer mensen het gevoel hebben dat ze een hogere status krijgen in het leven stijgt het dopamine gehalte in hun brein en daalt het cortisolgehalte in hun bloed. Het algemeen stressniveau daalt dus en dat geeft een betere lichamelijk gezondheid, positieve emoties, betere cognitieve functies in het brein en een efficiënte aanpassing aan een nieuwe omgeving. De kans op een langer en gezonder leven stijgt naarmate we een hogere status hebben in de groep. Mensen willen wat betekenen in dit leven, een doel, een missie en een visie hebben.

Het begrip status is verbonden met  de rangorde van hoog naar laag die je aantreft bij mensen die samenleven in groepen, met de plaats in de pikorde dus. Zonder de aanwezigheid van anderen bestaat status niet. Status ontstaat in de interactie tussen mensen. Telkens opnieuw. Telkens wordt de plaats in de pikorde op een onbewuste manier afgetast door ons brein. Mensen vergelijken zichzelf met anderen, onbewust en continu. En wanneer men dan vaststelt dat men een lage plaats inneemt in de pikorde of wanneer de plaats bedreigd wordt, dan ontstaat statusangst. De Botton schreef er een mooi boek over. Een te grote afhankelijkheid van anderen of een gebrek aan waardering van onze medemens zijn factoren die ons het gevoel kunnen geven dat we tekort schieten.

Statusgevoeligheid wordt in de hand gewerkt door onze prestatiegerichte samenleving. Verlangen naar status kan een prikkel zijn om je talenten te ontwikkelen. Het tegendeel is ook mogelijk. Een echt of vermeend verlies van status kan leed, teleurstelling, en verlies aan zelfvertrouwen met een laag zelfbeeld als gevolg veroorzaken. Vandaar dat De Botton spreekt van ’Statusangst’. Dat is het besef niet te beantwoorden aan gestelde of vermeende verwachtingen. Dan voelen we ons mislukt als mens.

Het is van belang dat we onszelf niet overschatten en dat we geen perfectionisten zijn. Want dan ligt de lat te hoog. Dan eisen we misschien van onszelf dat we bovenaan de pikorde staan. Dan beginnen we wellicht inkomens te vergelijken. Dan jagen we titels, diploma’s en onderscheidingen na. Dan vinden we van onszelf dat we erkende professionelen  zijn. Maar deze overschatting van ons eigen kunnen wordt betaald met hogere cortisolniveaus in het bloed en lage dopaminespiegels in het brein. Dus met minder geluk en met meer kans op ziekte. Zowel psychische als fysieke ziektes. Verwar dus status nooit met eigenwaarde, relativeer status en verminder het vergelijken met anderen. Wordt meer mens. Zo zie je dat ons brein wijsheid beloont.

Mensen vergelijken zich dus met elkaar. Altijd, elk moment. En stellen als resultaat daarvan een soort pikorde vast. Ons reptielenbrein is gevoelig voor de plaats in de pikorde. In de dierenwereld heeft het alfa-dier de hoogste status. Dat dier mag het eerst, het best en het meest eten en heeft exclusief recht op een aantal voordelen. En er wordt gevochten omwille van status. In het dierenrijk, maar ook in het mensenrijk. Zo kun je een oorlog soms zien als een gevolg van de botsing van twee grote ego’s. De ene politieke leider die niet wil buigen voor de andere, en dat kan aanleiding zijn van een oorlog. De geschiedenis staat vol met treurige voorbeelden. Een hoog narcisme en een vermeend verlies van status bij een leider kunnen aanleiding zijn voor een oorlog of een conflict. Ga er de actualiteit maar op na. Vele feiten die je verneemt in de media zijn het gevolg van de jacht op status.

Het gevoel van status stijgt als je aandacht en waardering krijgt. Dan wordt  de beloningskring in het brein geactiveerd.  De dopamine niveaus worden verhoogd. Het winnen van een zwemwedstrijd, een kaartspel of een discussie voelt goed vanwege de perceptie van verhoogde status en de verhoging van het dopamineniveau in het brein.

De perceptie van een vermindering van  status kan een sterke bedreigingsrespons opleveren. Dat kan echte pijn veroorzaken en in het  brein de dezelfde neuronen activeren als deze die gepaard gaan met lichamelijke pijn. (Eisenberger et al., 2003). Sociale afwijzing doet letterlijk pijn. En maakt ziek.

Het kan verrassend makkelijk zijn om per ongeluk iemands gevoel van status te bedreigen. Een statusgevaar kan optreden door advies of instructies te geven als dat niet echt nodig is ( daling van autonomie) of door iemand niet te betrekken in een actie of niet uit te nodigen op een vergadering. Zo krijgen de medewerkers de indruk dat ze niet meetellen. Dat wordt dan gezien als een echte bedreiging. Een ontslag op het werk kan zeer bedreigend en ziekmakend zijn, en wellicht nog erger als je het gevoel hebt dat je ontslagen wordt omwille van je leeftijd. Dan daalt het dopaminegehalte in het brein op een dramatische manier.

Evaluaties  op het werk gaan  vaak gepaard met angst voor het verlies van status. Dit verklaart waarom evaluaties zo vaak ondoeltreffend zijn. Als leiders het gedrag van anderen willen veranderen, moeten ze op één of andere manier duidelijk maken dat de verworven status op het werk niet in gevaar is. Een manier om dit te doen is  door de mensen toe te laten feedback te  geven over hun eigen prestaties.

Organisaties weten alles over het gebruik van status als beloning en veel managers voelen zich verplicht om werknemers voornamelijk te belonen via een promotie of een financiële vergoeding. Maar zo bereiken mensen vlug het niveau van incompetentie zoals door Peter wordt beschreven in zijn boek “ Het Peter mechanisme." Dat ontstaat wanneer men automatisch promotie krijgt als men goed functioneert op het werkt. Indien hij in die volgende functie ook goed functioneert, staat de weg naar een volgende hogere functie weer open. Dat proces blijft net zo lang duren tot op het ogenblik dat de werknemer de nieuwe functie niet meer zo goed aankan omdat het allemaal te hoog gegrepen is. Vanaf dat moment neemt zijn nut voor de organisatie snel af. Terugkeer naar de vorige functie is meestal niet mogelijk. Het niveau van incompetentie is bereikt. De organisatie heeft de talenten verkeerd beoordeeld. De medewerker kan zich de vereiste kennis en vaardigheden niet eigen maken en gaat dan wellicht zijn collega’s nauwgezet controleren. En steeds meer uren werken.  Dan dreigt op termijn een demotie, of erger nog een ontslag. Promotie kan dus op termijn aanleiding zijn voor statusangst. Peter heeft dat gegeven veralgemeend in het Peterprincipe: "In een hiërarchie stijgt elke werknemer tot zijn niveau van incompetentie". Peter stelt dat als dit proces lang genoeg doorgaat, elke werknemer zijn niveau van incompetentie kan bereiken. Als alle werknemers in een hiërarchie dit niveau bereikt hebben, is de hoeveelheid verricht nuttig werk nul, aldus Peter. Men moet in een hiërarchie beloningen zoeken die statusverhogend werken, en die beloningen hebben best niet veel te maken met geld of promotie.

Onderzoek suggereert dat  status op duurzamere manieren kan worden verhoogd. Bijvoorbeeld, mensen voelen een sterke statusverhoging wanneer ze  iets nieuws kunnen leren. Vooral wanneer de werkgever de kosten betaalt. Niet omwille van het geld, maar wel omdat ze dat waard zijn. Ik vraag me af of het bestaan van cheques om opleidingen te financieren niet status verlagend werkt. Mensen vertellen dan dat ze de opleiding volgen omdat het toch gratis is. Maar wanneer de werkgever effectief betaalt, dan “zijn ze het waard.” En dat voelt goed. De dopamine giert dan doorheen je brein. En je zult ongetwijfeld je best doen om zoveel mogelijk bij te leren.

Statusverhoging kan optreden als men publieke erkenning krijgt. Gezien de grote behoefte aan statusbehoud hebben medewerkers een constante behoefte aan  positieve feedback op alle terreinen van hun leven: relatie, vrienden, kennissen, kinderen en werk.

Dit hoeft geen nulsomspel te zijn. Status kan worden verhoogd zonder kosten voor andere mensen. De verhoging van de status van iemand hoeft niet gepaard te gaan met de verlaging van status voor een andere. Je kunt veranderen wat belangrijk is, bijvoorbeeld om te besluiten dat de kwaliteit van het werk belangrijker is dan het aantal uren dat men aanwezig was op het werk.

Een ander voorbeeld is “De wet van Parkinson.” Deze wet zegt dat werk altijd maar toeneemt net zolang de beschikbare tijd het toelaat. Cyril Northcote Parkinson formuleerde deze wet in zijn boek “Parkinson’s Law: The Pursuit of Progress (London, John Murray, 1958).” Parkinson stelde vast dat de omvang van het Britse imperium afnam terwijl het ambtelijk apparaat van het Britse imperium in omvang toenam. Want een leider of een manager wil, in plaats van meer rivalen, meer ondergeschikten en dus creëert een manager werk om deze mensen bezig te houden. Parkinson nam waar dat het aantal mensen in een bureaucratie, onafhankelijk van het werkaanbod, met 5-7% per jaar toeneemt zonder dat hiervoor een logische verklaring te vinden was. De logische verklaring is wellicht dat de status van een leider toeneemt als hij meer ondergeschikten of medewerkers heeft. 

 

(c) Different BVBA

Ziek worden door ons met anderen te vergelijken: statusangst

Product in de kijker

Burn-out
Verkozen tot boek van de maand door www.burnin.nl

Nieuws

 meer nieuws

Het werkgeheugen

Wanneer de term kortetermijngeheugen wordt gebruikt bedoelt men dat men een kleine hoeveelheid informatie gedurende een korte termijn kan vasthouden.  Het bewaren van nieuwe informatie is een ingewikkeld proces. De informatie ...

Het Zeygarnik effect2

Een verbazingwekkende proef om de effecten van zelfsabotage aan te tonen was de proef van Zeigarnik. We noemen de resultaten ook het Zeigarnik effect. We weten nu dat veel mensen echt ...

Ik zing want ik ben gelukkig of ben ik gelukkig omdat ik zing?

 

 

Een van mijn cursisten volgt dansles, om zich te ontspannen. Eens geen yoga of Tai Chi, maar “iets” anders. Ze is opgetogen. Ze groeit en beweegt zich vol gratie. En daardoor ...

schrijf hier in op

onze nieuwsbrief

e-mail

© 2017 dr Luc Swinnen, consulent stress management Creatie: Stardekk ×